Sta je als (groot)ouder, begeleider of leerkracht open voor games, dan kan je makkelijker de geschikte golflengte vinden om het gesprek met een (klein)kind te voeren.

Jouw missie? Niet aan de zijlijn blijven staan, maar een stapje wagen in die virtuele leefwereld van (klein)kinderen. Ontdekken wat er nu écht zo leuk is aan dat gamen. En dat lukt het allerbest… als je zelf ook eens (mee)speelt.

Niet gek dat games weleens op je zenuwen werken. Ze houden kinderen aan een scherm gekluisterd, ze vullen je woonkamer met brullende motoren, fluitende kogels of buitenwerelds gebliep en ze duiken al eens op bij conflicten over huiswerk en bedtijd. Toch is het belangrijk dat je gamen niet veroordeelt of snel-snel afdoet als zinloos tijdverlies. Want voor je kind is gamen een waardevolle hobby, zoals voetballen, boeken lezen of een muziekinstrument bespelen. Logisch dus, dat hij/zij het leuk vindt als jij er interesse in toont.

Voor ze naar de eerste rugbymatch van een (klein)kind gaan kijken, zullen veel (groot)ouders snel even de belangrijkste spelregels willen opzoeken. Want hoe bespreken ze anders na afloop de wedstrijd? Met gamen is het eigenlijk net zo. Door af en toe zelf (mee) te gamen, krijg je een beter beeld van die op het eerste zicht ondoorgrondelijke wereld waaraan (klein)kinderen zo verknocht zijn. Aan tafel of in de klas zal je geen gebrek aan gespreksonderwerpen hebben. Dat is niet alleen gezellig, het geeft je ook de kans om het op een fijne, open manier over videogames te hebben. Zo kan je gemakkelijker afspraken maken die voor iedereen werken.

Al zeven keer een vraag gesteld, maar enkel een afwezige ‘uhu’ als antwoord gekregen? Een tiener die loopt te grommen omdat ie net een match verloor? Of je anders zo brave kroost die plots naar het scherm zit te joelen? Als je begrijpt hoe games in elkaar zitten, kan je ook het gedrag van gamende (klein)kinderen beter kaderen. Net zoals boeken zijn games gemaakt om je erin te verliezen, waardoor je soms niet meer merkt wat er in je omgeving gebeurt. Het is niet anders dan een wedstrijd van je favoriete sportploeg: je gaat soms zodanig op in een game dat de uitslag best even op je gemoed kan wegen en soms, in het heetst van de strijd, wordt er al eens emotioneel gereageerd of geroepen.

Ken je de gamewereld een beetje, dan kan je de risico’s ervan ook beter inschatten. Uit onderzoek weten we dat mensen die open staan voor games (klein)kinderen veel beter kunnen begeleiden bij het verantwoord spelen. Wordt een (klein)kind geconfronteerd met pesterijen of zit het met een probleem? Als jij gamen positief benadert, zal een (klein)kind dat sneller komen vertellen en kunnen jullie er samen iets aan doen.

Geweld, taalgebruik of stereotyperingen in games? Terwijl jullie samen gamen, kan je het er terloops over hebben. Zo leer je een (klein)kind te plaatsen wat het ziet in spelletjes. Want ook in de virtuele wereld hebben (klein)kinderen begeleiding nodig.

Door zelf mee te spelen of interesse te tonen in games, zie je meer kansen. Weet je wat een (klein)kind graag speelt? Dan kan je daar op inpikken. Is hij/zij heel enthousiast over FIFA? Waarom geen minivoetbaltoernooi organiseren in de tuin?

Onderschat je gametalenten niet! Een (klein)kind kan ook wat van jou leren. Wie weet denk jij wel aan andere strategieën of vinden jullie samen de oplossing voor dat ene raadsel? Bovendien kan je het goede voorbeeld geven: neem zelf voldoende pauze, behandel je tegenspelers met respect en een (klein)kind volgt vanzelf.

(Klein)kinderen en jongeren vinden het leuk als je interesse toont in hun leefwereld. Als ze net, na ontelbare pogingen, een level hebben afgerond, krijgen ze daar graag een high five voor. Game je zelf al eens mee, dan (h)erken je hun successen sneller. 

Zelf (mee)spelen? Zo begin je eraan!

First-time gamer? Misschien willen de (klein)kinderen je wel graag wegwijs maken? In nogal wat games heb je een co-op modus, waarbij de ene speler de andere helpt. Ideaal om iemand mee op sleeptouw te nemen. Of je kan je natuurlijk altijd eens aan een game wagen als de anderen slapen.

Willen de (klein)kinderen liever niet dat je met hen meespeelt? Op het internet vind je heel wat reviews, demo’s of zelfs filmpjes waarin spelers tonen hoe ze gamen. Ook handig zijn tutorials of de gamegids op deze website die je kort uitleggen waarover een spel gaat. Je hoeft niet beter te worden dan (klein)kinderen, maar weten dat FIFA ‘iets met voetballers is’ of dat in Fortnite 100 tegenspelers het tegen elkaar opnemen tot één winnaar overblijft, brengt jullie vast dichter bij elkaar.